maandag 27 mei 2013

Ingezonden brief

Joodse groeperingen moeten minder inspraak krijgen

In het artikel 'Maak dodenherdenking geen jodenherdenking' van 7 mei 2012 stelt Ewout Sanders dat de Joodse groeperingen in ons  land ervoor willen zorgen dat alleen de Joden worden herdacht als slachtoffers van de oorlog en niet de daders, die evident slachtoffers waren van hun tijd. Ik ben het helemaal eens met deze stelling. Ik vind namelijk ook dat er aandacht aan de daders van de oorlog besteed zou moeten worden. Zij kunnen net zo goed slachtoffer zijn van de oorlog als de Joden. Ze zijn dan wel niet naar concentratiekampen gebracht en vermoord, maar niet alle mensen waren blij met de oorlog. Sommige van hen moesten verplicht het leger in, terwijl ze het zelf niet eens waren met de oorlog en hoe de Joden en andere slachtoffers behandeld werden. Ik vind dan ook dat zij ook aandacht verdienen en herdacht moeten worden. Het slaat nergens op dat die mensen niet herdacht mogen worden zolang er nog een tweede generatie slachtoffers bestaat en het is al helemaal belachelijk dat het ook niet mag zolang er nog derdegeneratieslachtoffers zijn. Waarschijnlijk zeggen de derdegeneratieslachtoffers weer dat de vierdegeneratieslachtoffers zeggenschap moeten krijgen over de dodenherdenking en ga zo maar door en dat is niet de bedoeling. 

Ik vind dat de Joodse groeperingen minder inspraak moeten krijgen over hoe de dodenherdenking wordt ingedeeld. Ze zorgen er alleen maar voor dat de afkeer tegen Duitsers door de meeste Nederlanders voort blijft bestaan door alleen de Joodse slachtoffers en niet de Duitse slachtoffers te herdenken. Want als er bij de dodenherdenking ook aandacht besteed zou worden aan de Duitsers, dan zouden mensen meer begrip krijgen voor hen en dus meer respect voor de Joodse groeperingen, omdat zij zich daar overheen kunnen zetten, zoals Ewout Stam al zei. 

Robin Klijn

dinsdag 14 mei 2013

Interview

Jaap Klijn is directeur van een bedrijf dat handelt in noten en zuidvruchten. Aangezien ik ook iets in de economie wil gaan doen later en ik graag wilde weten hoe dat nou in zijn werk ging, stelde ik hem wat vragen.

Hallo meneer, mag ik u wat vragen stellen over uw beroep?

Natuurlijk.

Oké, de eerste vraag. Wat houdt uw beroep precies in?

Ik ben algemeen directeur. Dat houdt in dat ik eind verantwoordelijk ben voor het leiding geven aan het bedrijf. 

Verdient uw beroep goed?

Ja.

Hoe lang zit u al in het vak?

Ik ben begonnen met werken op mijn 18e, ik ben nu 45 jaar, dus al 27 jaar.

Wauw, dat is al aardig lang! Heb je nog een speciale studie nodig om dit vak te kunnen doen?

Ik verkoop en koop heel veel, daar heb je niet echt een speciale opleiding voor nodig. Dat is meer handelen, daar is niet echt een opleiding voor nodig. Voor het besturen van het bedrijf is een goede opleiding wel makkelijk, zoals hoge economische opleidingen, maar er zijn ook ondernemers en directeuren die geen opleiding hebben, dus het moet ook in je zitten, je talent zijn. 

Hoe bent u in de noten en zuidvruchtenhandel terechtgekomen?

Omdat mijn vader daar een bedrijf in had en mijn vader moedigde zijn kinderen aan om bij hem in het bedrijf te komen werken.

Werd u meteen al directeur toen u daar begon?

Nee, ik heb eigenlijk alles wel gedaan wat je kunt doen in het bedrijf. Voor mijn achttiende werkte ik in het magazijn, bij de productie en stond ik op de markt. Dat heb ik als vakantiewerk gedaan. En toen ik begon op mijn achttiende werkte ik op de calculatieafdeling, daar werden alle offertes en prijzen uitgerekend, inkoopprijzen en dat soort dingen, tegenwoordig heb je daar allemaal computerprogramma's voor, maar vroeger moest dat nog met de hand op een papiertje gezet worden. Na calculator ben ik gaan assisteren op de afdeling inkoop en later export, en zo ben ik er in gegroeid. Ik werd op mijn 27e of 28e directeur, omdat mijn vader graag wou dat ik op een gegeven moment leiding ging geven aan het bedrijf.

Moet u veel op reis voor uw werk?

Ja, regelmatig. Binnen Europa om klanten te bezoeken en buiten Europa voor de inkoop, in met name Azië.

Wat doet u dan zoal op die zakenreizen in Azië?


In Azië bezoeken we leveranciers, proberen we nieuwe producten te vinden en om inkoopafspraken en contracten af te sluiten. 

Wat vindt u het leukst aan uw beroep?

Elke dag is anders, als ik 's ochtends naar mijn werk ga weet ik niet hoe de dag eruit zal zien, dat is eigenlijk het leukste.

En wat vindt u het minst leuk aan uw beroep?

Het minst leuke van mijn beroep vind ik het leiding geven. 

Waarom vindt u dat?

Omdat ik liever aan het handelen ben dan met mensen te praten en te beargumenteren waarom ze iets moeten doen, mocht dat nodig zijn. 

Bedankt voor uw tijd, u heeft me heel goed geïnformeerd!