Opdracht 1
Bindend studieadvies:
Een bindend studieadvies (BSA) is een beslissing van de universiteit of hogeschool
over de voortgang van je opleiding. Elke student krijgt een studieadvies aan
het einde van het 1e studiejaar. Het advies kan negatief zijn. Je moet dan
stoppen met uw opleiding. Dit is het geval als je niet genoeg studiepunten hebt
en voor jou geen bijzondere omstandigheden gelden.
Bachelor: Dit is een graad die aangeeft dat
iemand succesvol een bachelor opleiding heeft voltooid aan een instelling voor
hoger onderwijs.
Master: Een
academische masteropleiding is een één- of tweejarige (en in uitzonderlijke
gevallen meer dan twee jaar durende) opleiding volgens de
bachelor-masterstructuur en volgt na de academische bachelor opleiding. Je
master is een graad die aangeeft dat je een masteropleiding hebt voltooid aan
een universiteit of hogeschool.
Selectie aan de poort:
Selectie aan de poort is een mogelijkheid die door universiteiten
gebruikt wordt om de instroom van nieuwe studenten bij een opleiding te
beperken.
Basisbeurs: De Basisbeurs is een vergoeding in het
onderwijs in Nederland die wordt uitgekeerd in de vorm van een prestatiebeurs.
Het is een vorm van studiefinanciering.
Studievoorschot: Dit
is een lening van de overheid tegen voordelige voorwaarden die vanaf 1
september 2015 de basisbeurs vervangt.
Stage: Stage
lopen houdt in dat je tijdens je studie enige
tijd bij een instelling, organisatie of bedrijf werkt om ervaring op
te doen en je kennis en vaardigheden in de praktijk leert toe te passen.
Bestuursfunctie:
Een functie in het bestuur van een bepaalde instelling of bedrijf.
Langstudeerders:
Dit zijn studenten die meer dan één jaar langer over een opleiding doen dan is
toegestaan.
LSVb: De Landelijke Studenten Vakbond,
afgekort LSVb, is een federatie van lokale studentenvakbonden. De LSVb is
opgericht in 1983 en komt evenals het Interstedelijk Studenten Overleg op voor
de belangen van alle studenten aan hbo en universiteit in Nederland. De LSVb
wordt geleid door een bestuur van (meestal) vijf studenten. Dit bestuur heeft
regelmatig overleg met de bewindspersoon voor het hoger onderwijs, maar ook met
de VSNU, de Vereniging Hogescholen en andere relevante organisaties.
Flexstuderen: De
student kan zelf bepalen welke vakken hij volgt en op wat voor tempo hij dit
doet.
Voltijd: Als
voltijdstudent volg je in principe elke dag lessen of colleges, loop je stages
en doe je aan zelfstudie. Er wordt van je verwacht dat je gemiddeld 40 uur per
week besteedt aan je studie. Je hebt recht op studiefinanciering.
Modulaire opzet: Systeem waarbij de inhoud van de opleiding in
afgebakende eenheden of module is.
Leerrechtensysteem: Met leerrechten kunnen studenten aan een
hogeschool of universiteit onderwijs inkopen met het (relatief lage) wettelijke
collegegeld.
Opdracht 2
Knip: kloof.
Columniste: iemand
die voor een dagblad schrijft.
Per saldo: na afrekening blijft over.
Naar rato van:
naar het aantal van.
Uitvalcijfers: cijfers
van studenten die vroegtijdig stoppen met hun opleiding.
Innovatie:
vernieuwing.
Bureaucratisch:
ambtenaarlijk.
Rendementseisen: de
minimale opbrengst of winst die een instituut of bedrijf moet behalen van een
gedane investering.
Opdracht 3
A Het huidige systeem van universiteit en hogeschool
|
Voor wie toegankelijk?
|
Iedereen met een vwo-diploma of HBO-bachelor
|
|
Lengte van de studie?
|
Bachelor: 3 jaar
Master: 1,2 of 3 jaar
|
|
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
|
Iedereen met dezelfde studie doet dezelfde tentamens.
|
|
Waar kun je studeren?
|
Op universiteiten en hogescholen
|
|
Voor wie toegankelijk?
|
Iedereen met een vwo-diploma of HBO-bachelor
|
|
Lengte van de studie?
|
4-5 jaar
|
|
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
|
Je kiest zelf via internet welke vakken je wilt volgen.
|
|
Waar kun je studeren?
|
Op afstand (online)
|
|
Voor wie toegankelijk?
|
Iedereen met een vwo-diploma of HBO-bachelor
|
|
Lengte van de studie?
|
De (hoor)colleges worden op eigen tempo door de student gevolgd,
volgens een programma dat door de universiteit is opgesteld.
|
|
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
|
Fysiek aanwezig bij de lessen, maar in eigen tempo.
|
|
Waar kun je studeren?
|
Op universiteiten of hogescholen
|
|
Voor wie toegankelijk?
|
Iedereen met een vwo-diploma of HBO-bachelor
|
|
Lengte van de studie?
|
Zolang als je zelf wil
|
|
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
|
Studenten kunnen zelf hun vakken kiezen
|
|
Waar kun je studeren?
|
Op universiteiten en hogescholen
|
|
Voor wie toegankelijk?
|
Iedereen met een vwo-diploma of HBO-bachelor
|
|
Lengte van de studie?
|
5-6 jaar
|
|
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
|
In ruil voor tegoedbonnen zouden studenten hoger onderwijs kunnen
volgen
|
|
Waar kun je studeren?
|
Publieke en particuliere instellingen
|
1 a) Mensen die zich naast hun studie willen onderscheiden
met een extra stage of een bestuursfunctie.
b) Door het snel
studeren en de boete voor langstudeerders wordt hen dat erg moeilijk gemaakt.2 Studenten kunnen op hun eigen tempo een studie volgen, waardoor zij meer tijd hebben voor een extra stage of bestuursfunctie.
3 Per saldo nemen de studenten niet meer tijd van docenten in beslag.
4 Omdat er een probleem is bij de bekostiging. Een deel van het geld dat universiteiten en hogescholen krijgen, is afhankelijk van het aantal studenten dat afstudeert. Deze rendementseisen moeten er eerst uit.
Opdracht 5
De meningen van de LVSb en vanuit de politiek.
Opdracht 6
Snel studeren is niet voor iedereen geschikt. Mensen die
zich naast hun studie willen onderscheiden met een extra stage of een
bestuursfunctie ondervinden hiervan veel hinder, doordat zij door het snel
studeren bijna geen tijd hebben hiervoor. In dit geval biedt flexibel studeren
de oplossing. Bij deze vorm van studeren kunnen studenten op hun eigen tempo
een studie volgen, waardoor zij meer tijd hebben voor een extra stage of
bestuursfunctie. De LSVb is helemaal voor dit idee en legt uit hoe dit
flexstuderen kan werken: de student schrijft zich jaarlijks in voor een zelf te
bepalen aantal studiepunten en krijgt naar rato van het aantal punten studiefinanciering
uitbetaald. Hier hoeven ook geen extra kosten voor in rekening gebracht te
worden, doordat de studenten per saldo niet meer tijd van docenten in beslag
nemen. Ook blijven naast het flexstuderen de andere vormen van studeren gewoon
bestaan. Echter is het volgens de Tweede Kamer niet mogelijk om dit systeem ook
meteen in Nederland in te voeren, omdat er een probleem zal komen bij de
bekostiging. Een deel van het geld dat universiteiten en hogescholen
krijgen, is afhankelijk van het aantal studenten dat afstudeert en deze
rendementseisen zullen er eerst uit moeten, voordat dit systeem ook in
Nederland ingevoerd zal kunnen worden.
Opdracht 7
|
Alinea
|
Bewering
|
Bijbehorende
argumenten
|
Objectief
/ Subjectief
|
|
1
|
Studenten van nu hebben amper de tijd om te wennen aan hun nieuwe
leven.
|
1 Door
maatregelen als ... er flink op.
2 Volgend
jaar … zogeheten studievoorschot
|
objectief
subjectief
(het is een verwachting, er zijn nog
geen feitelijke gegevens
|
|
‘Allemaal
bedoeld om studenten maar zo snel mogelijk door hun studie heen te jagen.’
|
Geen argument gegeven.
|
|
|
|
2
|
... is snel
studeren lang niet voor iedereen geschikt;
|
... sommigen
willen ... een bestuursfunctie ...
|
objectief
|
|
3
|
En
langstudeerders hoeven geen extra geld te kosten.
|
Als je ... in
beslag.
|
objectief
|
|
4
|
‘Die extra
jaren zijn geen verloren jaren.’
|
Langstudeerders
zijn ... snelle rakkers.
|
subjectief
|
|
5
|
‘In je
studietijd moet je gekke dingen doen, ...’
|
Dat kweekt
... als leidinggevende.
|
subjectief
|
|
7
|
‘Wij zijn
helemaal voor.’
|
Je geeft ...
dit doen.
|
objectief
|
|
9
|
Natuurlijk
moet je het flexstuderen niet aan iedereen opleggen.
|
Er zijn ...
willen studeren.
|
objectief
|
|
10
|
Erik Driessen
is positief.
|
We lopen ...
kunnen inhalen.
|
objectief
|
|
12
|
Het zou goed
zijn als Nederlandse universiteiten meer met hun tijd meegaan.
|
Het volgen
... huidige samenleving.
|
subjectief
|
|
13
|
Het is
inderdaad allemaal niet zo simpel.
|
De Wet ... te
houden.
|
objectief
|
|
14
|
Volgens Van
Meenen ligt het probleem bij de bekostiging
|
een deel ...
dat afstudeert.
|
objectief
|
|
16
|
‘Het idee voor een flexibel onderwijssysteem is dus niet nieuw’
|
Het plan … te stimuleren
|
objectief
|
|
17
|
… is het plan van Truijens volgens SP-Kamerlid Jasper van Dijk ‘vele
malen verfrissender’
|
Het huidige … naar alternatieven.
|
subjectief
|
Alinea 1, bewering 1: Eens, zij staan meteen onder druk om
snel te studeren en hebben eigenlijk gelijk al zorgen over de te betalen studieschuld
door het nieuwe studiesysteem, waarin zij geen basisbeurs meer krijgen van de
overheid.
Alinea 1, bewering 2: Eens, studenten worden afgeschrikt
door de maatregelen tegen het langer studeren en de enorme studieschuld die zij
krijgen.
Alinea 2: Eens, sommige studenten willen graag ook andere
dingen doen, zoals een extra stage volgen of tegelijkertijd werken. Dit wordt
hen moeilijker gemaakt door het huidige studiesysteem.
Alinea 3: Eens, doordat zij nog steeds hetzelfde bedrag aan collegegeld
betalen en geen extra tijd van de leraar nodig hebben, hoeven er geen extra
kosten in rekening gebracht te worden voor het langer studeren.
Alinea 4: Eens, langstudeerders zijn veel beter voorbereid
op de maatschappij dan de studenten die hun studie snel afronden. Doordat
langstudeerders ook een extra stage volgen of werken, leren zij beter hoe de
maatschappij in elkaar zit en hoe zij hiermee om moeten gaan.
Alinea 5: Eens, al deze dingen zorgen ervoor dat de student
zich als mens verder ontwikkelt, leert om verantwoordelijk te zijn, sociale
vaardigheden ontwikkelt, sociale contacten legt en gezond blijft. De studenten
zijn nu nog jong en moeten dus nog van het leven kunnen genieten.
Alinea 7: Eens, het is voor een student veel fijner om zelf
te kunnen bepalen wanneer hij studeert, hoeveel hij per jaar studeert en welke
vakken hij per jaar volgt.
Alinea 9: Eens, er zijn natuurlijk ook studenten voor wie
het voltijd studeren wel werkt. Zij willen graag snel klaar zijn met hun studie
en daarna gaan werken. Daarom moet het flexibele studeren ook niet aan hen
opgelegd worden, maar een keuze zijn. Alle vormen van studeren moeten naast
elkaar blijven bestaan.
Alinea 10: Eens, door het flexibele studeren zullen ook volwassenen
sneller gaan studeren en door het langere studeren zullen ook de uitvalcijfers
lager zijn.
Alinea 12: Eens, de Nederlandse universiteiten kunnen niet
achter blijven bij de veranderende samenleving.
Alinea 13: Oneens, de wet kan veranderd worden met een nieuwe
wet.
Alinea 14: Eens, door het plan van Truijens in te voeren
zullen de universiteiten en hogescholen in de problemen komen met de
bekostiging, doordat een deel van hun inkomsten komt van het aantal
afgestudeerde studenten. Als studenten langer kunnen doen over hun studie,
zullen er minder studenten per jaar afstuderen, waardoor de scholen minder geld
krijgen en daardoor in de problemen komen.
Alinea 16: Eens, Mark Ruttes leerrechtensysteem lijkt veel
op het plan van Truijens en het idee om het onderwijssysteem te veranderen
bestaat dus al langer.
Alinea 17: Eens, minister Jet Bussemaker wil alleen maar
voor minder kosten zorgen, terwijl het plan van Truijens echt voor het welzijn
van de studenten bedoeld is.
Opdracht 9
1 Niets.
2 De student bepaalt zelf hoeveel uitkering hij aanvraagt,
maar dat zegt niets over het studietempo.
3 Nee.
4 Nee.
5 De modernisering wel, omdat modernisering ruimte biedt
voor andere ideeën, zoals het plan van Truijens.
Opdracht 10
1 Het flexstuderen is voor mij het aantrekkelijkst, omdat ik
nog niet echt weet wat ik wil en door het flexstuderen kan ik studeren en
tegelijkertijd een baan nemen, zodat ik wat meer levenservaring kan op doen en
kan leren hoe de maatschappij in elkaar zit.
2 Het online studeren op de Open Universiteit is niks voor
mij, omdat ik graag sociale contacten wil leggen en de stof beter in mij op kan
nemen als ik zelf fysiek aanwezig ben bij de colleges.
Opdracht 11
Hoe het studiesysteem eruit zou moeten zien
Onlangs heeft minister Jet Bussemaker van het ministerie van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap laten weten dat vanaf 1 september 2015 het
sociale leenstelsel ingevoerd zal worden, waardoor de basisbeurs voor studenten
vervangen zal worden door een lening. Dit heeft tot veel commotie geleid in
heel het land, want er zijn veel mensen die het huidige studiesysteem willen
veranderen, maar niet iedereen wil dat op deze manier.
De minister wil graag het onderwijs verbeteren en gaat daarvoor
in gesprek met studenten, docenten en bestuurders aan universiteiten en
hogescholen om zo een goed beeld te kunnen vormen van de veranderingen die
gemaakt moeten worden. Wat ik me dan afvraag is: zou het niet ook goed zijn om
met de huidige middelbare scholieren te praten? Wij zijn immers degenen die
over een jaar of twee waarschijnlijk zullen gaan studeren.
Het is belangrijk dat studenten voldoende begeleiding en
hulp krijgen bij hun studie om deze succesvol af te ronden. Dit is namelijk
voor de studenten fijn, maar ook voor de universiteiten en hogescholen,
aangezien een deel van het geld dat zij per jaar van de overheid krijgen
bepaald wordt door het aantal afgestudeerde studenten. Om studenten genoeg
begeleiding te bieden, is het naar mijn mening noodzakelijk dat de groepen niet
al te groot zijn, ongeveer 30 leerlingen, zodat elke leerling genoeg aandacht
van de docent kan krijgen. Hiervoor is de beste aanpak van de colleges om
hoorcolleges af te wisselen met werkcolleges, zodat de studenten niet verveeld
raken.
Practica zijn bij vrijwel alle studies erg leerzaam en
effectief en moeten absoluut verwerkt worden in het programma van een studie. Tijdens
deze practica kunnen de studenten leren hoe zij de geleerde theorie in de
praktijk toe moeten passen en alvast oefenen voor wanneer zij later een beroep uitoefenen.
Ook stage lopen is een goede manier om de leerlingen voor te bereiden. Tijdens
zo’n stage leer je dingen die niet in je lesboek staan en niet op school
behandeld worden en kun je ervaren hoe het is om je studie in de praktijk te
gebruiken. Op deze manier kunnen studenten ook zien of het beroep dat zij
willen gaan beoefenen wel echt iets voor hen is.
Niet alleen stages en practica zijn leerzaam, maar ook
uitwisselingsprojecten. Veel studenten lijkt het leuk om een stage in het
buitenland te doen en daar nieuwe ervaringen op te doen. Het geeft studenten
ook meer verantwoordelijkheid en het helpt hen om zelfstandiger te worden. Deze
andere landen hebben tevens andere culturen, waardoor leerlingen ook beter leren
om te gaan met cultuurverschillen. Natuurlijk moeten deze
uitwisselingsprojecten niet verplicht zijn, want er zijn ook genoeg leerlingen
die liever in hun eigen land blijven.
In het plan van Truijens werd de term ‘flexstuderen’
geïntroduceerd. Dit houdt in dat studenten in hun eigen tempo hun studie kunnen
volgen, waardoor zij meer tijd hebben voor een extra stage of bestuursfunctie.
Voor sommige leerlingen biedt dit flexibel studeren een uitkomst en daarom vind
ik dat dit systeem ook ingevoerd moet worden, maar niet verplicht moet zijn,
omdat er ook veel studenten zijn die het wel fijn vinden om snel te studeren.
Dan de tentamens en de herkansingsmogelijkheden. Ik ben van
mening dat er meerdere toetsen moeten zijn met een beperkt aantal leerstof met
aan het eind van het jaar een wat grotere toets waarin alles verwerkt zit. Hierdoor
hebben studenten genoeg tijd om zich goed te verdiepen in de stof voor de
kleinere toetsen, waardoor zij deze stof beter in zich opnemen. Doordat zij de
stof al redelijk goed kennen, zal de grotere toets aan het einde van het jaar
makkelijker te maken zijn, aangezien de stof al eerder getoetst is en daardoor
beter is blijven hangen. Het zou ook niet efficiënt zijn om per jaar een paar
grote toeten te geven, omdat leerlingen dan zoveel moeten leren, dat zij alles
maar globaal in zich opnemen en uiteindelijk dus niet veel van de stof binnen
krijgen.
Het gebruiken van moderne media zou ook reuze handig zijn. Een
laptop of tablet is heel handig om opdrachten uit te werken en verslagen te
maken. Echter, tijdens de colleges is het handiger om aantekeningen te maken
met pen en papier, omdat je dan de stof beter in je opneemt dan wanneer je het
uittypt in Word.
Ten slotte moet de studieduur door de student zelf bepaald
kunnen worden. Over het algemeen duurt een studie ongeveer vier jaar, die door
de mensen die snel willen studeren dan ook in deze vier jaar afgerond wordt.
Voor de mensen die liever flexibel willen studeren zal deze studieduur echter
langer zijn, aan de hand van het gekozen tempo van de desbetreffende student.
Veel van de bovengenoemde aspecten worden al toegepast door
een groot aantal universiteiten en hogescholen, dus het onderwijs in Nederland
is al in de goede richting aan het veranderen. Met nog een paar aanpassingen hier en daar zal het onderwijs
tegen de tijd dat wij, de toekomstige studenten, geslaagd zijn een stuk
verbeterd zijn en zullen ook wij een leuke en leerzame studie tegemoet gaan.
Hoi robin, ik vind dat je een goed essay hebt geschreven. Je bent heel erg duidelijk en legt veel uit. Inhoudelijk is alles goed en mooi uitgewerkt. Wel vind ik dat je iets enthousiaster had mogen zijn over wat jij echt wil in het onderwijs en wat niet. Voor de rest geef je goede informatie!
BeantwoordenVerwijderenisabel
Heej robbie, ik vind het heel leuk dat je bij je essay actualiteit hebt betrokken. Ik denk dat dit een lekkere binnenkomer is en het mensen uitnodigt verder te lezen. OP je schrijfstijl heb ik vrijwel niks aan te merken. Je blijft beleeft en vertelt duidelijk wat je wilt. Alleen er is een klein stukje waarbij je het hebt over dat sociale media wel handig is en dan drie woorden later zeg je het woord handig weer. Let daar wel op. Varieer in je woorden. Verder prima geschreven.
BeantwoordenVerwijderen